Begonnen in een garage is Wodiam inmiddels uitgegroeid tot een bedrijf dat mondiaal klanten bedient. De corebusiness van Jan en Quinten van Gils is het ontwikkelen, testen en verkopen van zagen. Zagen met een eigen ontwikkeld segment, die op de productielocatie in het Zuid-Duitse Herbolzheim worden gemaakt. Een goede machine met een slechte zaag werkt niet, volgens vader en zoon. “Een goede zaagsnede is de basis voor elk steenverwerkend bedrijf”, klinkt het in koor
“Laat ik direct een misverstand uit de wereld helpen: Wodiam verkoopt niet alleen zaagbladen, we produceren ze ook zelf. Kom maar kijken in Herbolzheim, dan kun je het zelf zien”, luidde de uitnodiging van Quinten van Gils. Dan kon ook kennis worden gemaakt met de mede-eigenaar van Wodiam, voegde hij eraan toe. Eenmaal gearriveerd in het Zuid-Duitse Herbolzheim, onder de rook van Freiburg, kwam dat laatste niet uit. “Francesco Rubione is helaas ziek. Zijn vader Vincenzo, ook werkzaam voor het bedrijf, is er wel. Hij stond samen met mijn vader Jan aan de basis van het productiebedrijf”, legt Quinten uit.
Garage
Twintig jaar geleden werd Wodiam opgericht door Jan van Gils. Hij begon in een garage voor zichzelf. “Ik had jarenlang bij verschillende bedrijven ervaring opgedaan. Deze bedrijven produceerden en/of verkochten diamantgereedschap. Ik ging diamantzagen bij Duitse bedrijven inkopen en ik verkocht ze aan Belgische bedrijven. Uit die tijd ken ik Vincenzo.”
Jarenlang verkocht Jan als eenmanszaak zagen aan steenverwerkende bedrijven. Hierin kwam verandering toen hij in 2012 in het ziekenhuis terechtkwam. “Ik wilde mijn vader helpen. Ik vroeg wat hij ervan zou denken als ik bij hem in de zaak kwam”, vertelt Quinten. “Weet je eigenlijk wel wat ik doe, heb ik Quinten toen gevraagd”, vult Jan aan. “Tot die tijd vond ik dat Quinten eerst zelf moest uitzoeken wat hij wilde. Hij was opgeleid als elektromecanicien en werkte eerst als onderhoudsmonteur bij een kippenslachterij en daarna voor een bedrijf dat hoogspanningskabels produceerde. Ik heb hem het volgende voorstel gedaan: ga met mij drie weken mee ‘de baan op’. Dan gaan we klanten bezoeken, problemen oplossen. Het was toen een heel drukke tijd voor het bedrijf, voor Quinten een echte vuurdoop.” Quinten: “Het was fantastisch, ik vond het een geweldige job. Geen dag was hetzelfde. Ik heb mijn vader wel één voorwaarde gesteld: ik wil een jaar door jou worden opgeleid. Ik wilde in die begintijd niet alleen naar steenkappers toe. Die nemen niets aan van zo’n snotjong – ik zag er toen voor mijn leeftijd (22 jaar) erg jong uit.”
Eerste verkoop
Ondanks zijn enthousiasme ging die periode Quinten niet gemakkelijk af. “In die tijd had Wodiam nog niet de naam die het bedrijf nu heeft. We hadden nog geen website, geen catalogus. Ik bezocht zo’n vijftien tot twintig bedrijven en kreeg steeds hetzelfde te horen: ‘we kennen het bedrijf niet en we zijn niet geïnteresseerd’. Als je iedere keer wordt afgewezen, dan doet dat iets met je. Je gaat aan jezelf twijfelen. Geen zelfvertrouwen, veel frustratie, terwijl je ervan overtuigd bent dat je een goed product hebt om te verkopen”, vertelt hij.
De ommekeer kwam toen Quinten bij Doker Natuursteen in Wijnegem kwam. “Ik ontmoette de eigenaar Murat Doker. Hij nam de tijd om naar mij te luisteren, ik mocht een demonstratie geven. Direct daarna kocht hij een zaagblad, het was mijn allereerste verkoop. Vanaf dat moment werd alles anders. Mijn zelfvertrouwen was weer terug en het was voor mij het begin van het succes. Ik ben daar Murat tot de dag van vandaag nog steeds dankbaar voor”, lacht Quinten.
Eigen productie
Na verloop van tijd begon het bij Quinten te kriebelen. “Ik wilde het anders gaan doen, een nieuwe weg inslaan. Een eigen weg, zelf ook de productie gaan verzorgen”, legt hij uit. Het werd het begin van Wodiam als producent van zaagbladen. De productielocatie werd in Duitsland gevonden. Jan: “Ik werkte als sinds 2005 min of meer samen metVincenzo. We kenden wat bedrijven in de buurt van Freiburg en we konden in 2020 intrekken bij een bevriend bedrijf. We huurden de machines die we nodig hadden en we waren in business!”
Augustus 2024 kreeg Wodiam een eigen locatie, iets verderop in Herbolzheim gelegen. “We hebben de knoop doorgehakt om voor anderhalf miljoen euro te investeren in nieuwe machines en de logistiek er omheen”, legt Jan uit. “Iedereen verklaarde ons voor gek. ‘Hoe denk jij te kunnen concurreren met de Chinezen’, kregen we te horen. Die brengen inderdaad zaagbladen voor krankzinnig lage prijzen op de markt, maar dat is geen eerlijke concurrentie. Die producenten worden door de staat gesubsidieerd. Dat geldt overigens voor veel meer sectoren. Aan ons de taak om zaagbladen van superhoge kwaliteit te produceren. Snelheid, levensduur, afwerking en service. Dat zijn onze kernwaarden en daarmee gaan we de concurrentie aan”, zegt Jan vol vertrouwen.
Strenge controle
Jan gaat voor de productieruimte in. Hij laat alle stappen van het productieproces zien. “Dit hier is de mixer”, vertelt hij, terwijl hij naar een machine wijst waarin in een grote trommel de bestanddelen worden gemengd. “Hierin wordt het diamantpoeder gemengd. Daar voeren wij overigens een enorm strenge controle op uit. Hierin kun je je namelijk onderscheiden.” In een kantoor naast de productieruimte laat hij zien wat hij ermee bedoelt. Daar staat een grote microscoop waarop verschillende diamantsamenstellingen worden bekeken. Op een computermonitor zijn de vergrote korrels te zien. “Hiermee controleren we de kwaliteit van het synthetische diamantpoeder. Dat gebeurt erg nauwkeurig, want deze kwaliteit bepaalt de kwaliteit van het segment dat op de zaag wordt aangebracht”, legt hij uit.
Terug in de productieruimte naar de tweede machine. “Hierin vindt het granuleren plaats”, vertelt Jan. “De diamantkorrels worden hierin verkleefd om de juiste verdeling te krijgen. Het moet een homogeen geheel worden. Dan kan het mengsel naar de volgende machine, de Kaltpresser genoemd. Hierin vindt in drie stappen de koude persing plaats. Bij Wodiam maken we namelijk een sandwichsegment dat uit drie delen bestaat; twee zijkanten en het binnenste. De geperste substantie noemen we ‘Grünling’. De Grünlingen worden in een bakje gerangschikt – een heel secuur werkje dat hoofdzakelijk door onze vrouwelijke medewerkers wordt gedaan, die hebben daar het geduld voor – en die bakjes gaan vervolgens de oven in. Als de gebakken Grünlingen uit de oven komen, dan worden ze gedegravitiseerd, een moeilijke term voor een handeling waarbij het grafiet van het segment wordt gehaald. Vervolgens wordt de radius geslepen, elke diameter heeft een andere radius. Dan is het segment klaar om op het zaagblad aangebracht te worden.”
Drie keer Europese norm
Braseren met zilverlood, zo heet de volgende stap in het productieproces, legt Jan uit. “Het segment dat op de zaag wordt aangebracht voldoet aan drie keer de Europese norm. Hiermee willen wij ons ook onderscheiden. Nadat deze stap is afgerond, begint de fase van het finetunen. In een machine vindt het scherpen en rondzetten van het zaagblad plaats. Daar hebben we een automatische machine voor, maar ook een die manueel wordt bediend. Deze is vooral ook voor bladen met een grotere afmeting geschikt. Vervolgens wordt de kern van het blad gespannen en gericht en is het zaagblad in feite klaar. Het wordt nog gepolijst, niet alleen voor het mooie glanzende uiterlijk, maar ook als bescherming tegen roestvorming. Het merk, het type en het productienummer worden in het blad gegraveerd en de XP-lijn wordt ook nog met zwarte en groene verf in de Wodiam-kleuren gespoten. Nu nog wel, maar zeer binnenkort kunnen we hiervoor een printer gebruiken. De laatste stap is het verpakken van de zaagbladen. Deze procedure volgen we zo’n zes- à zevenduizend keer per jaar. We streven ernaar om komend jaar tienduizend bladen te produceren”, beëindigt Jan de uitleg.
Basis
De kennis over zaagbladen is bij vader en zoon Van Gils in de loop der jaren opgebouwd. Eerst als verkoper en sinds vijf jaar als producent. “Wij weten inmiddels wel hoe belangrijk een zaagsnede is. Dat is de basis voor elk steenverwerkend bedrijf. Die moet goed zijn”, zegt Quinten stellig. “Wij hebben klanten die wekelijks duizenden keukenbladen produceren. Die moeten blijven innoveren en verbeteren om het proces te verbeteren. Daar helpen onze zaagbladen ook bij en die kennis die we hierbij opdoen, brengen wij weer over op de kleinere bedrijven. Er zijn nog heel wat bedrijven die denken dat het normaal is dat een plaat na het zagen nog drie keer door de polijstmachine moet. Dat kan heel wat sneller, beter en uiteindelijk dus ook goedkoper”, vult Jan aan.
Wodiam is actief op de mondiale markt voor zaagbladen. Hierdoor merken ze dat er een andere mentaliteit heerst in de verschillende werelddelen. Quinten geeft een voorbeeld: “In West-Europa zijn mensen wat terughoudender, eerder behoudender. ‘Waarom zou ik mijn watertoevoer moeten veranderen als ik het al twintig jaar zo doe’, een gevleugelde uitspraak die we vaak horen. Ze willen eventueel wel een zaagblad gratis krijgen om te testen. In Aziatische landen bijvoorbeeld gaat het er heel anders aan toe. Daar wordt de zaag direct op de machine aangebracht en hup, ermee aan de slag”, lacht hij.
En als West-Europese bedrijven het zaagblad gebruiken, dan staan ze versteld van de prestaties, zegt Jan. “De bedrijven waren gewend om zo’n 0,3 m per minuut te zagen. Met ons blad konden 2,5 tot 4 m per minuut zagen. Dan zie je eerst blijdschap op de gezichten, maar al snel komt het besef; ‘had ik dat maar eerder geweten’.”
Aanpassen
In de loop der tijd zijn er steeds nieuwe materialen op de markt gekomen of producten die opeens erg ‘in’ kwamen. Deze materialen konden vaak niet op de al vertrouwde manier worden bewerkt. “Dan moet je je als producent aanpassen”, zegt Jan stellig. “Het eerste jaar dat composiet op de markt kwam, was het een en al problemen. Spanning in de platen zorgden voor breuken bij het zagen, beetje vergelijkbaar met toen Dekton op de markt kwam. De platen klapten gewoon van de machine af. Dan moet je de samenstelling van je segmenten aanpassen, bijvoorbeeld door een andere diamantsamenstelling te kiezen. De lichte kleuren van Dekton zijn nu zachter dan de donkere kleuren. Die zijn echt hard. Daar moet je dus je zaagblad op aanpassen.”
Quinten noemt de huidige trend waarin Taj Mahal helemaal ‘hot’ is. “Kwartsieten als Taj Mahal zijn gewoon knalhard om te verzagen. Een prachtig materiaal, maar het moet wel met goede gereedschappen worden bewerkt. Ik heb platen in de vlam zien vliegen, omdat de zaag er niet doorheen kwam. Wij hebben zeven jaar testen uitgevoerd en hebben nu voor kwartsieten het perfecte zaagblad ontwikkeld.”
Nieuwe generatie
Daar waar de vaders Jan en Vincenzo vanuit een gedeelde passie voor zaagbladen Wodiam in de steigers hebben gezet, heeft de nieuwe generatie het stokje overgenomen. “Francesco en ik zijn de nieuwe eigenaren van Wodiam”, vertelt Quinten. “Hij leidt de productielocatie, waar zeven medewerkers de productie verzorgen. Vincenzo werkt ook nog mee, maar hij heeft al een werkend leven van zo’n vijfenveertig jaar erop zitten en zal binnenkort wel gaan afbouwen. Elke twee weken ben ik in Herbolzheim om met Fransesco dingen te bespreken.”
Het team in het Belgische Hamont-Achel bestaat inclusief Quinten uit vier medewerkers, die de distributie en de sales verzorgen. “Kevin heeft hetzelfde traject doorlopen als ik bij Jan heb gevolgd, Bert zorgt voor de sales en mijn broer Vincent is verantwoordelijk voor de marketing. Hij wordt langzaam opgeleid en zit meer op de strategie van het bedrijf. Ik ben – naast mede-eigenaar – verantwoordelijk voor de handel buiten Europa”, aldus Quinten.
En Jan? “Waar mogelijk ben ik ook nog op de baan, klanten bezoeken. Ik wil nog graag feeling houden met de markt. Daarnaast leg ik mij meer toe op het ontwikkelen van nieuwe producten. Dat doe ik deels samen met Vincenzo, hiervoor ben ik één keer per maand in Duitsland. En de nieuwe producten testen we in onze locatie in België. We hebben hier speciaal een brugzaag voor gekocht. Het geeft een enorme voldoening als het product eenmaal is ontwikkeld en goed is getest. Onze buren denken wel eens dat het bij ons een dolle boel is. Want als we een geslaagd nieuw blad hebben ontwikkeld, gaat hier op vrijdag de muziek aan en dan vieren we het luidruchtig”, lacht Jan.