‘Vier meiden volgen opleiding natuursteen’ stond boven een reportage in De Opbouw, het officieel orgaan van de Hout- en Bouwbond CNV. Op de voorpagina van het blad dat 17 maart 1998 is verschenen, werd het artikel aangekondigd onder de kop ‘discriminatie’. Bijna dertig jaar later blikt STEENVAK met drie van de vier terug op hun opleiding, hun contact met docent Gerrit Peele en het verdere verloop van hun carrière in de natuursteensector. Een gesprek met Gerrit en ‘zijn Golden Girls’.
Een zaterdagmiddag half april. Op de Oudegracht in Utrecht hakt Gerrit Peele een nieuwe letter van De Letters van Utrecht, een gedicht langs de Oudegracht dat zich steeds verder ontwikkelt. Het is ook de ontmoetingsplaats van de oud-docent Gerrit met ‘zijn’ voormalig leerlingen, die hun verhaal in De Opbouw eind jaren negentig hebben gedaan: Corry Kussendrager, Petra Beckers-Peters en Stéphanie Vastrick. Heidi, de vierde vrouw uit het oorspronkelijke artikel, ontbreekt. Zij bleek allergisch voor slik en niet geschikt voor een carrière in de natuursteensector, luidt de verklaring.
Gezellig tijdens de opleiding
Gevraagd naar wat de oud-leerlingen het leukst vonden van de opleiding Natuursteenbewerker aan het Centrum Vakopleiding Midden Nederland in Utrecht, klinkt het uit drie monden: ‘gezellig’. De een noemt het lunchen in de kantine erg gezellig, de ander het schoonmaken voor de vakantie als een supergezellige dag. Dit wordt beaamd door Gerrit. Spontaan volgen wat anekdotes van bijna dertig jaar geleden. “Je had de Georgiër die elke schooldag zijn vrouw meenam”, begint Gerrit lachend. “Die liet zijn vrouw de hele dag in de auto wachten, hij durfde haar niet alleen thuis te laten. Ik kwam er toevallig achter toen ik een keer naar buiten keek en die vrouw in de auto zag zitten. De volgende lesdag zat ze er weer…”
Stéphanie was destijds de jongste van de vier vrouwen. “Ik was zestien en vond het rijden met een vorkheftruck helemaal cool.” Petra herinnert zich nog dat ze tijdens de opleiding een grafmonument heeft gemaakt. “De vrouw van een leraar op het opleidingscentrum was overleden. Ik heb van een zwerfkei een grafmonument gemaakt, waar hij heel blij mee was. Zo’n reactie vind ik nog steeds prachtig. Dat geeft voldoening.”
Ieder een andere achtergrond
De vrouwen hadden ieder een andere achtergrond voordat ze in Utrecht de opleiding gingen volgen. Corry volgde de kunstacademie. “Ik zat in het tweede jaar beeldhouwen, maar zag niet in wat ik daarmee kon bereiken. Ik zag het niet meer zitten om allerlei dingen te maken waar een diepere bedoeling in moest zitten. Ook van de verdiensten had ik geen hoge verwachting. Nu werk ik ook met natuursteen, maar het is veel concreter. Dit is het voor mij helemaal”, liet ze in 1998 optekenen als verklaring voor haar overstap naar de opleiding. Bijna dertig jaar later staat ze nog steeds achter deze keuze. “Na een aantal jaren als allround steenhouwer in bedrijven te hebben gewerkt, ben ik als docent van de natuursteenopleidingen aan de slag gegaan. Tot op heden doe ik dit met veel pleziert. Ik heb daarnaast mijn Master Remedial teaching behaald en een Europese opleiding Stonemasonry gevolgd. Hiervoor heb ik een zogeheten Master of Craft gekregen. Een opleiding Coaching heb ik eveneens afgerond, omdat ik vond dat naast het uitdragen van het vak veel aandacht moet zijn voor de persoonlijke ontwikkeling van de studenten in mijn klas. Maar ik doe meer dan alleen lesgeven in mijn leven. Nog steeds ben ik met enige regelmaat in de steenhouwerij aan het werk. Kunst heeft nog steeds een grote rol in mijn leven in de vorm van ontwerpen, schilderen en muziek.”
Petra was de oudste van het stel. “Ik was vijfentwintig en net moeder. Ik had een kappersopleiding gevolgd, maar had geen zin om in een kapsalon aan het werk te gaan. Een opleiding in de natuursteen sprak mij veel meer aan. Ik weet nog dat de man van het arbeidsbureau me raar aan keek. Of ik wel wist dat het heel zwaar werk was, vroeg hij. Nou, dat viel wel mee hoor. Alleen de eerste week had ik spierpijn.” Ze had wel een slechte ervaring bij het natuursteenbedrijf waar ze stage ging lopen. “Ik kreeg veel kritiek en als ik iets vroeg, werd ik uitgelachen. Verder werd er niet tegen mij gepraat. Aan het eind van de middag reed ik huilend op de brommer naar huis. Nadat ik het bij Gerrit had gemeld, kon ik bij een ander bedrijf aan de slag. Dat ging wel goed.” Petra heeft haar carrière na haar stage voortgezet bij Steenhouwerij Roodbol in Gouda. “Via Gerrit kon ik daarna terecht bij Steenhouwerij Van Straaten in Utrecht. Nu wordt ik door Natuursteen Midden-Nederland in Kockengen ingehuurd voor de verkoop van grafmonumenten. Daarnaast werk ik 12 uur per week bij het Steenen Huys in Woerden. Ik heb ook een eigen atelier waar ik schilder en diverse workshops geef”, vertelt ze.
Voorbestemd om de natuursteenopleiding te volgen
Voor Stéphanie was het voorbestemd om de natuursteenopleiding te gaan volgen. “Het natuursteenvak zit mij in het bloed. Toen ik de opleiding ging volgen, was mijn vader eigenaar van Steenhouwerij Vastrick in Utrecht. Ik heb altijd met natuursteen willen werken, maar mijn vader zag dat in het begin niet zo zitten, een vrouw in een mannenwereld. Ik denk dat ik wel heb bewezen dat ik ‘mijn mannetje’ kan staan”, lacht ze. Corry: “En dat staat ze, een vakinhoudelijke vrouw die precies weet wat het werk inhoudt.”
Gerrit was veertig jaar toen hij docent aan Centrum Vakopleiding werd. Hij kijkt terug op een leuke tijd. “Ik ontdekte dat ik op wel honderdduizend verschillende manieren les kon geven, dat vond ik het leukste aan het vak. Je hebt met zo veel verschillende leerlingen te maken, dan moet je improviseren. Niet iedereen gedijt het beste onder een bepaalde aanpak, dat is maatwerk. In die tijd had je nog hoofdelijk versneld leren. Voor ieder kon je een bepaald doel stellen, iedereen had namelijk wel een skill die hem of haar het beste lag. Kon iemand bijvoorbeeld heel goed schuren, dan begeleidde je die persoon daarin verder. Vaak werd dat echter door het bedrijf niet goed begrepen. Dan lieten ze die leerling zagen in plaats van schuren. En vervolgens kritiek op de opleiding geven. Ik probeerde juist iedere keer van iemand die twee linkerhanden had, toch een waardevolle medewerker voor een bedrijf te maken.”
Discriminatie tijdens opleiding
Op de cover van de Opbouw van 17 maart 1998 stond ‘discriminatie’ bij de aankondiging van het artikel ‘vier meiden in de natuursteen’. Hebben de Golden Girls daarmee te maken gehad? “We waren zo jong in die tijd, we waren nog niet echt mondig.” Stéphanie vertelt dat er op school wel een paar kerels waren die op de meiden neerkeken. Ze weet zich nog wel te herinneren dat een van de docenten zich vaker laatdunkend uitliet. “Bij die man was het nooit goed, zeker niet als vrouw. Ik had echt mijn stinkende best gedaan op een werkstuk van marmer. ‘Niet goed’ zei hij alleen en gooide het stuk op de grond.” Corry herinnert zich dat je als leerling ook gevraagd werd om punten te geven voor de werkstukken van anderen. “Daar zat een werkstuk bij van een andere vrouw – een mooie vrouw om te zien – dat technisch echt slecht was. Ik gaf er een 4 à 5 voor. Ze kreeg een 7 en een knipoog van de leraar!” Petra geeft aan dat ze ook wel eens aangenaam wordt verrast. “Dan kom ik spullen leveren op een bouwplaats en wordt direct gevraagd of ze me kunnen helpen.” Stéphanie geeft een voorbeeld waarmee zij regelmatig te maken krijgt. “Dan belt een aannemer en vraagt of hij de baas kan spreken. Alsof ik de secretaresse ben…” Gerrit geeft aan dat hij ook vaker met discriminatie op basis van sekse te maken heeft gehad. “Dan belde ik een bedrijf met de mededeling dat ik een heel goede leerling had die stage wilde lopen. Als het een vrouw was, hoefde die niet te komen, kreeg ik dan te horen…” Corry voegt eraan toe: “Ik was bij een bedrijf aan het hakken. Een klant vroeg of ik even een dorpeltje wilde schuren, een collega zei dat hij het wel even zou doen. ‘Kun jij dat niet dan”, werd er gevraagd. Ik ben momenteel ergens anders mee bezig, antwoordde ik. Mijn collega’s zeiden tegen de klant dat ik juist alles kon en de enige was die kon hakken, dan voel je je wel echt gesteund.” “Ja,” valt Petra haar bij. “Ik krijg ook wel eens de reactie: O, ze kan echt wel iets.” “Toch zal je nooit ‘one of the guys’ worden, ook al ben je nog zo goed”, aldus Corry. Stéphanie: “Ik heb ooit een grafsteen geplaatst toen ik hoogzwanger was, ik was bijna uitgerekend. Had je die gezichten van de jongens op de begraafplaats moeten zien. Toen hadden ze wel respect voor mij. Maar je moet je eerst bewijzen.”
Nog steeds weinig vrouwen in de werkplaats
Vrouwen bij natuursteenbedrijven zijn nu wel geaccepteerd, is de mening van de Golden Girls. “Meestal hebben die een bestuurlijke functie, als eigenaar, werkvoorbereider of vrouw van de eigenaar die de administratie of de klantgesprekken verzorgd. Er zijn in verhouding nog steeds weinig vrouwen die in de werkplaats werken”, stelt Corry. “In al die jaren dat ik lesgeef, heb ik denk ik niet meer dan tien vrouwen in de klas mogen hebben.” Petra voegt eraan toe dat bij het Steenen Huys momenteel zes vrouwen in dienst zijn. “Maar ik ben de enige die allround steenhouwer is”, benadrukt ze.
De wens die Stéphanie in 1998 uitsprak om het bedrijf van haar vader over te nemen, is inmiddels uitgekomen. “En dan neem ik allemaal vrouwen aan”, zei ik toen. De andere meiden antwoordden toen: “Dan komen wij ook bij jou werken.” Deze wens is niet uitgekomen.